Belangwekkend onderzoek van Jordi Caspers

7-10-2014
De voorspellende waarde van gevoelsleeftijd voor actief gedrag. ‘Een mens is net zo oud als hij zich voelt’ wordt vaak gezegd. Maar is dat wel zo?
Noordwijker Jordi Caspers, werkzaam als teamleider facilitaire dienst bij Groot Hoogwaak, deed onderzoek naar de voorspellende rol van de gevoelsleeftijd op externe stimulerende prikkels en drang om dingen te ontdekken.
 
 
Jordi Caspers studeerde Facilitair Management aan de Haagse Hogeschool en trad na zijn afstuderen in 2010 in dienst van Groot Hoogwaak. Maar hij voelde zich nog niet ‘uitgeleerd’. Ge├»nspireerd door zijn werkomgeving groeide zijn interesse om het gedrag van (oudere) mensen te voorspellen. Daarom begon hij in 2011 een studie Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam met als specialisatie Marketing. Dit jaar behaalde hij zijn ‘Master’ met als kroon op het werk een studie naar de gevoelsleeftijd van senioren en de invloed daarvan op hun activiteiten. Hij deed daarvoor onderzoek bij bewoners, personeel en vrijwilligers van Groot Hoogwaak. Om de resultaten van het onderzoek wetenschappelijk verantwoord te laten zijn, werd bij het trekken van de steekproef van ondervraagde personen de hoogste zorgvuldigheid betracht. Met als gevolg dat er nu een rapport ligt dat met grote interesse is ontvangen in de kringen van wetenschappers die zich bezighouden met seniorengedrag en geriatrie.
In een lijvig, in het Engels geschreven, rapport komt Jordi Caspers op basis van de onderzoeksresultaten tot de conclusie dat de gevoelsleeftijd waarschijnlijk een beter criterium is om het gedrag van ouderen te voorspellen dan de werkelijke leeftijd. Een paar opmerkelijke uitkomsten:
  1. De echte (chronologische) leeftijd is een belangrijk criterium voor de gevoelsleeftijd, maar kan niet worden gezien als indicator voor de drang naar externe prikkels of onderzoekend/actief gedrag;
  2. Maatschappelijke positie, inkomenssituatie en opleidingsniveau zijn bij senioren niet van (positieve of negatieve)  invloed op de gevoelsleeftijd;
  3. Gevoelsleeftijd (in tegenstelling tot chronologische leeftijd)  is een belangrijke indicator voor stimuleringsniveau, de drang naar externe prikkels en onderzoekend/actief gedrag;
  4. Hoe hoger de gevoelsleeftijd, hoe minder een mens vatbaar is voor externe prikkels, hoe hoger de merkentrouw en hoe hoger de geneigdheid tot herhaalgedrag (bijv. vaste vakantiebestemming etc.).
 
De vraag is nu natuurlijk waarvoor de uitkomsten van het onderzoek kunnen worden gebruikt. Het ligt voor de hand om er rekening mee te houden bij het opzetten en ontwikkelen van voorzieningen en faciliteiten voor ouderen. De klassieke hantering van  leeftijdscategorie├źn op basis van de werkelijke leeftijd hoeft misschien niet helemaal op de schop maar verdient in ieder geval wel een bijstelling in de richting van de gevoelsleeftijd.
Op basis van eigen waarnemingen tijdens zijn werk op Groot Hoogwaak  was Jordi Caspers ook al tot die conclusie gekomen. Het is dus toch wel een beetje waar: ‘Een mens is net zo oud als hij zich voelt’, met dien verstande dat de echte leeftijd zich niet helemaal laat wegpoetsen.